Beste mensen,

‘Jij hebt thuis niet veel te vertellen’, zei de man. Hij zat bij zijn marktkraam met drie andere mannen te kijken naar wie er langs liepen.
Ik stopte en vroeg: ‘Hoezo?’
‘Nou, je vrouw laat je alle boodschappen doen’, zei hij en wees naar de twee boodschappentassen waar ik mee liep. Hij vervolgde: ‘Dan zal je vrouw in het weekend wel lekker voor je koken’.
Zo kleurde hij zijn beeld van mij in.
‘Oh, maar ik ben hier helemaal vrijwillig’, zei ik: ‘Ik vind het leuk om naar de markt te gaan.’
‘Ja, dat kan ook. Jan’, zei een van de andere mannen.
‘Dat willen we graag horen’, zei weer een andere. En de vierde: ‘Je kan natuurlijk ook met plezier naar de markt.’ (Opmerkelijk dat je tegen een marktkoopman moet zeggen dat het leuk is op de markt.)
Ik ging verder: ‘Mijn vrouw doet de boodschappen in de supermarkt. Ik ga liever naar de markt.’
‘Ja, dat is zo. Dan kan je beter naar de markt’, gaven ze toe.
En zo werden we het toch nog eens. En ik liep door.

Wat een grappig voorbeeld van hoe je naar een andere kijkt en daar een beeld van maakt. Dat doe ik zelf natuurlijk ook.
Een eenvoudig gesprekje kan je toch bij elkaar brengen.

Met een hartelijke groet,
ds. Menso Rappoldt