De wekelijkse column door Harry Groenwold:
In de vakantie nemen we alle tijd. Althans: dat nemen velen zich voor. Maar dat valt nog wel eens tegen: er blijven verplichtingen (zelfs op de camping) als: boodschappen doen, kerken en kastelen bekijken , enz. Behalve de tijd in de zin van “kloktijd” is er nog een ander aspect aan de tijd, nl. : hoe beleven we de tijd die we krijgen? Veel mensen ervaren onze huidige tijd als hectisch, er wordt teveel van je gevraagd, je moet steeds 4 ballen in de lucht houden. De gevolgen zijn bekend: velen ervaren overbelasting en er is een hausse aan burn-out patiënten.Opvallend is dat dit echter geen recent fenomeen is.
De filosoof Seneca schreef in 34 n. Chr. al over de “Lengte van het leven”. Hij signaleerde dat iedereen “druk, druk, druk” was. Hij vroeg zich toen af waarom mensen dat zo ervaarden. Is het omdat “lege tijd bedreigend is en we er alles aan doen om dat te verdrijven”? En hij vroeg zich af: hoe besteden we onze tijd? Seneca: “Het leven dat we krijgen is niet kort, we maken het kort, we krijgen er niet te weinig van , we gooien het met bakken overboord. ”Herkenbare woorden voor de huidige tijd waarin mensen 6-8 uur per dag met hun sociale media bezig zijn, wat zodanige schade oplevert dat er pogingen worden gedaan om het bij jeugdigen te gaan verbieden. We moeten ons realiseren zegt Seneca:” Het kortste leven met de grootste zorgen hebbend de mensen die het verleden vergeten, het heden laten versloffen en vrezen voor de toekomst.”
Er zijn de laatste tijd regelmatig pleidooien voor “onthaasting”.Psychiater de Wachter schreef een boek over “wachten”, over hoe waardevol en meditatief dat kan zijn.
Geert Mak schreef eerder over de “wachteconomie”; in de tijd van de trekschuit was er handel rond het reizen (eet-/drink- en praatgelegenheden) omdat er veel gewacht moest worden. Maar ook de Griekse filosofen schreven al dat rusten en nietsdoen grondslagen van onze beschaving zijn omdat men bij rust pas tot reflectie en bezinning komt. En de Bijbel: (in Prediker):
“Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel. Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien. Er is een tijd om te doden en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen.”
Dus misschien moeten we toch proberen wat minder (calvinistisch) plichtsgetrouw te zijn? Alles komt zoals het komt? Tenslotte: een ieder ervaart de tijd anders:
(2 coupletten van Willem Wilmink uit het gedicht: Echtpaar in de trein”; zij zit zodanig dat ze vooruit kijkt, hij zit tegenover haar).
We zien dezelfde dingen wel,
maar ik heel traag en zij heel snel.
Zij kijkt tegen de toekomst aan,
ik zie wat is voorbijgegaan.
Van nieuw begin naar nieuw begin
rijdt zij de wijde toekomst in,
en ik rij het verleden uit.
En beiden aan dezelfde ruit.