Beste mensen,

Ze keek me verbijsterd aan. Ik had verteld waar we naar toe zouden gaan in de vakantie. ’50 km hier vandaan’, legde ik uit, want ze bleek de naam van de plaats niet te kennen. ‘Oh, een goede vakantie’, wenste ze me toe met enige aarzeling.

Veel mensen komen terug van vakantie. ‘Waar ben je geweest?’, is de meest gestelde vraag.
En: ‘Wat heb je gedaan’?
Hoe verder weg, hoe meer bewondering de vakantie oproept.

We vragen vaak naar feiten als we belangstelling willen tonen: Waar, wat, hoe lang, hoe ver.
Dat kan oproepen dat we geen vergelijken. Jij naar Z-Europa? Ik was ‘maar’ naar Twente.
Gaat het om de feiten en de getallen?
We zouden ook kunnen vragen: Hoe was je vakantie? Hoe was je zomer? Of: Wat heb je beleefd?
Dan zullen nog steeds veel mensen eerst vertellen waar ze geweest zijn en hoe lang.
Getallen lijken het belangrijkste in onze communicatie. Maar echte interesse gaat over beleving. Dan doen feiten er soms niet eens toe.

Je kan ook nog vragen: Heeft iets je geraakt? Ben je ergens door ontroerd geraakt? Waar heb je je mee verbonden op reis? Dat zijn hele andere vragen, waardoor je veel dichter bij iemand kan komen (als die dat toelaat).
Als we vragen naar persoonlijke ervaringen van de vakantie of zomer, hoef je zelfs helemaal niet weg te zijn geweest. Ook de zomer als seizoen kan je iets geven.
En als je tot rust bent gekomen of genoten hebt van de natuur of muziek, hoef je niet ver te gaan. Natuurlijk er zijn mensen die van strand houden, van warmte of van bergen. Dat vind je niet heel dichtbij. Hoewel, warmte….

Het maakt uit waar je naar vraagt.

Met een hartelijke groet,
Menso Rappoldt