Mijn schoonzus en ik noemen elkaar ‘schone zus’. Dat bleek handig, omdat we inmiddels officieel elkaars schoonzussen niet meer zijn. Maar ja, een ex-schoonzus, dat vinden we maar niets.

Mijn schone zus is drie weken ouder dan ik (57 jaar dus), en moet over een paar weken helaas haar mooie horecabedrijf beëindigen. Niet omdat het niet loopt, maar omdat de Universiteit van Amsterdam, waar zij al jaren naar tevredenheid een bijzondere koffie & broodjes corner exploiteerde, andere plannen heeft. Vele studenten huilden bij haar uit, of bespraken hun dilemma’s met haar. Vele docenten gingen graag met haar in gesprek over hun vak en actuele thema’s. Maar dat mocht niet baten; deze ‘studentenmoeder’ moet op zoek naar ander werk.

Ze solliciteerde bij de NS, voor de functie van baliemedewerker. De 1e gespreksronde kwam ze moeiteloos door. De 2e ronde was een online capaciteitentest; een behoorlijk pittige test, waar ze na goed oefenen met een van mijn nichtjes ook doorheen kwam. De 3e ronde was een online gesprek. Dat was afgelopen donderdag.

Iedereen die haar goed kent, vond haar bij uitstek geschikt voor de functie. Ze is zeer hulpvaardig, communicatief, humoristisch, snel van begrip en creatief. Wat ze ook is, is empathisch. Ze begrijpt de stress als je trein niet gaat, en je echt ergens op tijd moet zijn. Lijkt mij heel handig (en nodig) aan zo’n balie.

Ik belde haar aan het einde van de dag. Ze was niet aangenomen. De mensen met wie ze had gesproken, hadden haar eerst verteld dat ze nog nooit zo’n leuk sollicitatiegesprek hadden gevoerd, om daarna te vertellen dat ze haar niet zouden aannemen omdat ze te de-escalerend was. Wat bleek? Tijdens het gesprek was haar gevraagd wat ze zou doen als er iemand scheldend voor haar loket zou staan omdat de trein niet ging. Ze had geantwoord: rustig luisteren, wachten tot het over is, en dan in gesprek gaan. Het juiste antwoord had moeten zijn: op de alarmknop drukken, zodat de betreffende persoon door een collega afgevoerd kon worden.

Ik was verbluft, net als zij: dat je kunt worden afgewezen omdat je een ander mens wat ruimte wilt geven voor diens stress. Mijn schone zus had heel graag deze baan gewild, maar een balierobot wil ze niet zijn. Dus, zo besloot ze ons gesprek: het is ook goed zo; dit is niet voor mij bestemd, en dus komt er iets anders. Dat ontroerde mij, omdat ik haar existentiële stress ken om een baan, om een inkomen. Het was ook een wijze les: ga niet in tegen systemen waarin

de menselijkheid ontbreekt, en zoek een andere weg. Hulde aan het de-escaleren, schone zus! Dankjewel.

Helene Westerik